|

Column: Winnen ten koste van alles – en wat we daarmee verliezen

Afgelopen seizoenen is er vanuit de bond, noc*nsf en vele verenigingen veel aandacht uitgegaan naar het veilig sport klimaat. Waar de eerste jaren hiervan sterk gericht waren op gedrag van trainers, coaches en spelers is de aandacht nu verschoven naar een meer bestuurlijk vlak.

Maar de laatste tijd zie ik iets terugkomen waar we juist vanaf leken te zijn.

Het winnen – tegen elke prijs.

Discussies over elke bal. Tegenstander bewust irriteren. Net even dat extra zetje richting de scheidsrechter. Het zoeken van de grens, en daar structureel overheen gaan. Niet omdat het moet, maar omdat het loont. Want laten we eerlijk zijn: het werkt. Scheidsrechters laten zich beïnvloeden, twijfelballen vallen nét jouw kant op, en het volgende punt is binnen.

Korte termijn winst. Lange termijn verlies.

Want wat gebeurt er aan de andere kant van het net? Het plezier verdwijnt. Spelers raken gefrustreerd. Teams lopen leeg. Zeker bij jongere spelers – en vooral jongens, waar we toch al moeite hebben om ze te behouden – is de lol er snel af als wedstrijden veranderen in een strijd om wie het slimst de grenzen kan oprekken in plaats van wie het beste volleybalt.

En misschien nog wel het meest schrijnende: we normaliseren het gedrag. Coaches die het laten gebeuren. Bestuurders die het niet benoemen. Een bond die vooral bezig lijkt met organiseren, maar minder met bewaken van de cultuur van de sport.

En dan zijn er nog de wedstrijdverslagen. Die zogenaamd “ludiek” zijn, maar waarin tegenstanders, scheidsrechters of de bond nog even subtiel – of minder subtiel – worden weggezet. Leuk voor de eigen achterban, misschien. Maar het draagt bij aan precies datgene wat we niet willen: een sfeer waarin respect ondergeschikt wordt aan gelijk krijgen.

We moeten onszelf een eerlijke vraag stellen: wat voor sport willen we zijn?

Een sport waarin je wint omdat je beter speelt? Of een sport waarin je wint omdat je slimmer manipuleert?

Het goede nieuws is: dit is omkeerbaar. Maar dan moet iemand het weer belangrijk maken. Scheidsrechters die durven optreden. Coaches die hun spelers corrigeren. Bestuurders die het gesprek aangaan. En spelers zelf, die beseffen dat je ook kunt winnen met respect.

Want uiteindelijk blijft er maar één ding echt hangen na een wedstrijd: niet de uitslag, maar hoe het voelde om daar te staan.

En op dit moment zijn we dat gevoel een beetje kwijt aan het raken.

Dat is pas echt zonde.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *